OVer ons

De VZW Nijlen voor Hodora is een comité dat hulp verleent aan het Roemeense dorpje Hodora, dat geadopteerd werd door de gemeente Nijlen op 5 juni 1989.

Het dorpje uit Roemenië kende, zoals heel het land, van 1965 tot 1989 een dictatuur gevoerd door de toenmalige communistische president Nicolae Ceaușescu. Mensen woonden in schrijnende leefomstandigheden.

 

Toen de plannen van president Ceaușescu aan het licht kwamen, dat hij 8.000 van de 13.000 bestaande dorpen wou platgooien en dat de mensen moesten verhuizen naar woonblokken in de steden, kreeg Roemenië van verschillende regeringen internationale reactie. In Wallonië werd de stichting “Opération Villages Roumains” opgericht en de Vlaamse tegenhanger werd “Adoptiedorpen Roemenië” of kortweg ADR. Gemeenten in België en het buitenland zouden zo een dorp in Roemenië kunnen adopteren om dat dorp van de ondergang te redden.

 

Op 5 juni 1989 besliste de gemeenteraad van Nijlen dat ze ook wilden helpen en de gemeente kreeg Hodora toegewezen, een dorpje in het noordoosten van Roemenië. Er werd, op, nationaal vlak, een inzameling gedaan van kleding en niet-bederfbare eetwaren, waaraan ook in Nijlen werd meegeholpen.

 

Een konvooi vertrok vanuit Brussel per trein naar Roemenië om alles af te leveren. Pas in januari 1991 werd er echter actief iets gedaan in Nijlen en werd het comité “Nijlen voor Hodora” opgericht, door enkele enthousiastelingen die vonden dat er meer moest gebeuren dan die eenmalige nationale inzameling. Zij zouden zich ter plaatse van de toestand gaan vergewissen.

 

Zo gebeurde het en in juli 1991 reden zij voor de eerste maal naar Hodora. Wat ze ginds zagen, tartte iedere verbeelding. De klok leek meer dan 50 jaar teruggedraaid. Water werd uit de waterput op straat gehaald. Auto’s reden er niet en vervoer gebeurde met paard en kar. Mensen liepen blootsvoets en in lompen gekleed. Het schoolgebouw was in erbarmelijke staat.

 

De eerste contacten verliepen via de orthodoxe priester en zijn vrouw. Zij vertelden onder meer dat er al jaren een totaal gebrek was aan rijst, olijven, kaas, chocolade, snoep, …

 

Men leefde van de groenten die men in de tuin verbouwde en van de kippen op het erf. De groep uit Nijlen werd er vorstelijk onthaald. Zij waren namelijk de eersten die zich ooit iets hadden aangetrokken van de miserie van de inwoners van Hodora.

 

En nu, na bijna 30 jaar, worden zij er nog steeds door iedereen op handen gedragen.

 

Sinds 1991 zijn ze ieder jaar één of meerdere malen naar Hodora gereisd, meestal met bestelwagens en/of vrachtwagens vol hulpgoederen.